[:nl]
Op de Boulevard der Martelaren kijk ik als ik langs fiets naar de aankondigingsborden bij het kantoor van de minister-president. Wat zie ik? Een tentoonstelling van Marc Chagall! Daar moet ik zijn. Ik heb de minister-president niet gezien, maar heb genoten van de expositie in de hal en gangen van het gebouw. (meer…)
Loop ik ineens in een worstenfabriek in Korça. Plastic jas aan, blauwe hoezen over mijn schoenen, haarnetje, mondkapje. En niet alleen ik, maar acht tieners staan met mij gebogen over bakken met gemalen vlees, we steken ons hoofd om de hoek van de koelruimte, we zien hoe de manshoge ovens worden schoongespoten. Zojuist stonden we in de kamer van de directeur, die ons vertelde over de gang van zaken in de fabriek, zijn verhaal ondersteunend met beelden van de beveiligingscamera’s.
Eén van de mannen die regelmatig samen koffie zitten te drinken onder aan mijn flat, bewaart tegenwoordig de krant voor mij. Dan kan ik de twee kruiswoordpuzzels (fjalëkryq) maken die erin staan. Eigenlijk zijn die puzzels nog veel te moeilijk, maar ik begin ze steeds meer door te krijgen. Het is een goede oefening om te spelen met de taal.