Pulë me qull


Gisteren stapte ik het cafeetje binnen onder aan mijn flat om even met Eda bij te kletsen. Ik had een grote bos prei onder mijn arm en een tas vol groente en fruit. We kregen het over koken en eten, en toen twee andere mannen zich in het gesprek mengden, kwamen we op allerlei traditionele gerechten. De ene man vroeg of ik al eens pulë me qull gegeten had. Pulë is kip, maar qull? Ze kregen qull niet uitgelegd, maar Google Translate bood uitkomst. Qull is pap. Nu kon ik me niks verrukkelijks voorstellen bij kip met pap, maar vooruit, ik vroeg toch waar je dat kon eten. Omstandig werd geprobeerd me de weg te wijzen naar een restaurant voorbij het vliegveld, op een kruising en dan even naar links en dan rechts een hoog gebouw en dan… Maar Eda zei kordaat: “Morgenavond om half 6 heb ik hier pulë me qull, dan kom je eten.”

Dezelfde resoluutheid overkwam me onlangs bij de kapper, tegenover Eda’s café. Met veel gespetter was mijn haar gewassen. Me werd gevraagd hoe ik het wilde hebben. Ik wees met mijn hand een paar laagjes aan vanaf mijn schouder naar onder. Nou, daar werd niet over gedebatteerd maar zonder pardon de schaar in gezet. Binnen vijf minuten was mijn haar gehalveerd en uitgedund. Pas toen ik helemaal voorover moest bukken zodat ze in mijn nek kon föhnen, merkte ik dat al mijn tenen naar mijn knieën wezen en ik mijn eigen onderarmen fijn kneep. Eda, die tussen haar café en de kapsalon heen en weer rende om mijn eerste Albanese knipbeurt mee te maken, vond ’t geweldig. (Ik appte een foto naar mijn zus en zij schreef terug: Es, je bent nu net een rooie Albanese! Dat heb ik hier maar niet hardop gezegd, met dat communistische verleden.)

Ik stapte een naaiatelier van een paar vierkante meter binnen, omdat ik de stof van een oud kussensloop onder aan mijn dekbedhoes wilde laten naaien om in te kunnen stoppen onder het matras. Ik probeerde de naaister te vertellen wat mijn bedoeling was, maar ze bleef zeer verbaasd kijken. Ik haalde alles uit de kast om mijn bedoeling uit te leggen – knipgebaren rond het kussensloop, dekbed voor me houden zodat ze kon zien dat ’t eigenlijk iets te kort was, het kussensloop onder aan het dekbed houden, de beweging maken alsof ik de lap stof om het matras heen sloeg. Toen viel ineens het kwartje, ahá, ja, je bent ook zo lang! Nee natuurlijk moest er een lap stof aan het dekbed genaaid worden! Wat creatief zeg! Maar toch niet een kussensloop, ben je mal. Ze trok een blauw-wit geblokte lap uit een grote stapel, die moest het worden. Meten, knippen, spelden, draad in de oude Singernaaimachine-op-houten-frame, een paar keer flink het pedaal intrappen, en voilá, mijn dekbedprobleem was opgelost. Het oude kussensloop kreeg ik keurig opgevouwen in een plastic tasje weer mee.

Regelmatig kom ik tegen dat Albanezen het lastig vinden om verantwoordelijkheid te nemen voor iets dat nieuw of onbekend is of waar ze onzeker over zijn. Maar zijn ze ergens in thuis, dan worden er niet veel woorden aan gespendeerd. Het wordt voortvarend, en soms zonder overleg, aangepakt. Iedere keer als me dat overkomt, vraag ik mezelf af of ik er tegenin ga omdat ik wat anders bedoelde, of dat ik me er aan overgeef. Want is het nou irritant, omdat er niet geluisterd wordt, of leuk, omdat ik me kan laten verrassen?

Vanavond eet ik dus pulë me qull bij Eda in de koffiebar. Het is gezellig en lekker. Kip met pap van maïs en walnoten, tomaten gefermenteerd in melk, witte kaas zonder zout en cake met kaas erop. Het bakje waarin ik Eda gisteren macaroni had gebracht, krijg ik gevuld met de restjes weer mee. Mijn taal is op, en mijn puf ook, dus ik ga naar huis. Dan kan ik nog even oefenen op mijn Albanese speechje dat ik morgenochtend ga houden op een bijeenkomst van mijn werk. Ik doe het maar als een Albanees die zeker is van z’n zaak: voortvarend, resoluut, kordaat, hatsjikidee.