’t Is soms even zoeken


De reisgids geeft zoveel leuke informatie over mijn stad, dat ik besloten heb op vrije dagen steeds een onbekende plek op te zoeken. Ik begin bij het opengestelde huis van een piktor, een schilder. Ik word alleen gelaten in de ruime woonkamer die vol schilderijen hangt. Vanaf de open galerij zijn de hoog opgehangen kunstwerken te zien. Ik geniet. Vanuit de hal voeren de schilderijen me een trap op naar boven. Ik zoek naar waar het tentoongestelde ophoudt, maar het lijkt er allemaal bij te horen. Tot ik ineens door een open deur een slapende figuur op bed tot leven zie komen en het Einsteinachtige hoofd van het zelfportret beneden me verschrikt aankijkt. Ik sluip “sorry” mompelend de trap weer af.

Op een andere dag zoek ik het Mezuraj museum. Het zou een private tentoonstelling van schilderkunst en een archeologische verzameling moeten zijn. Ik kom erachter dat het kaartje in de gids niet klopt. Eerst vraag ik de bewaker bij een bank. Hij weet het overduidelijk niet, maar vertelt me stellig dat ik alsmaar rechtdoor moet. Niet naar links en niet naar rechts. Ik wijk af van zijn aanwijzingen en vraag het om de hoek aan een buskaartjesverkoper. Hij zegt: “Sorry, ik praat geen Engels”. “Ik vraag het toch in het Albanees?” zeg ik tegen hem. Dan is hij genegen mee te denken en komt er een heel verhaal in rad Albanees waar ik maar de helft van begrijp. Uiteindelijk kom ik bij de achterkant van een bankgebouw uit, bij de nietszeggende pui van een flat. Aha, een bord, Mezuraj museum. Ik druk op één van de vele bellen, en krijg contact. “Kush është? (Wie is daar?)”. De deur zoemt open. Ik stap naar binnen in de hal, maar er is geen museum te bekennen. De enige deur leidt naar een schoonmaakhok. Op naar de lift. In de lift staat ook niets aangegeven. Een man die uit de andere lift stapt, zegt dat ik naar verdieping 3 moet. Ook daar geen museum. Ik kom een aantal mensen tegen die hun schouders ophalen, maar één man neemt me letterlijk bij de arm richting het trappenhuis. Nee nee, ik moest op verdieping 3 zijn! Hij zegt niets maar gebaart me mee te komen. Anderhalve trap lager is een dichte deur. Bordje ernaast: Mezuraj. Ik bel aan. Er gebeurt niks. Ik bons op de deur, die uiteindelijk op een kier wordt opengedaan door een klein traditioneel zwart gekleed vrouwtje. Ze kijkt me met half dichtgeknepen ogen aan. Ik vraag of hier het Mezuraj museum is. Jawel! Ik word binnengelaten, en zie nog twee andere vrouwen zitten. Gedrieën lijken ze me oma, moeder en dochter. Het oude vrouwtje rent op haar slofjes een donkere ruimte binnen om achter een scherm te verdwijnen, en ineens floepen de lichten aan. Een enorme zaal vol schilderijen, abstract, schreeuwerige kleuren. Het genieten zit ‘m dit keer niet in het rondkijken maar in het gevonden hebben.

Ik heb al heel wat afgezocht in Albanië. Waar is de bus van hot naar her? Hoe kan ik de ingewikkelde grammatica snappen? Waar fiets ik heen als het fietspad plotseling ophoudt? Geef ik wel of niet iets aan deze bedelaar, en waarom? Hoe reageer ik als mensen zeggen dat Albanië slecht is en ze het liefst weg willen? Hoe stel ik me in gevangenissen op als me meteen om geld of goederen wordt gevraagd? Naar welke kerk ga ik morgen? Waar moet ik mijn elektriciteitsrekening gaan betalen?

Ik zoek naar woorden. Naar de betekenis van opmerkingen, denkpatronen, gedrag. Naar hoe dit land door de communistische tijd heen ontwikkeld is, en hoe dat individuen en groepen gevormd heeft. Naar hoe de organisatie waar ik werk functioneert, wat er nodig is voor ontwikkeling en mijn rol daarin. Naar hoe mijn collega’s in elkaar zitten en hoe ik me daartoe verhoud.

Vooral heb ik de afgelopen tijd gezocht naar mijn eigen evenwicht. Landen, wennen, thuisraken en mensen leren kennen kost tijd, en mijn energie heeft haar grenzen. Dat is een thema waar ik nog wel wat zoektochten in zal blijven tegenkomen. Er valt nog een hoop te ontdekken!