“U bent gearriveerd, is het niet geweldig?”


Een paar jaar geleden had mijn vader er veel plezier in om op zijn TomTom de stem van de freule te kiezen en de verkeerde kant op te rijden, om terecht gewezen te worden door haar geaffecteerde stem met een geïrriteerd “Keer nú om, zo komt u er toch nooit?” Het leukst was om op de plek van bestemming aan te komen en haar triomfantelijke uitroep te horen “U bent gearriveerd, is het niet gewáldig?” Alleen al voor deze uitspraken zou je een ritje gaan maken. Pa in elk geval wel :-).

Toen vorige week het vliegtuig landde op Mother Theresa Airport schoot het even door me heen. U bent gearriveerd, is het niet geweldig? Na drukke maanden en intensieve weken van afscheid nemen viel er een rust en ontspannenheid over me toen ik de prachtige bergen zag en de vriendelijke ochtendzon boven Tirana. Gearriveerd. Maar is elk arriveren niet een kantelpunt voor het vervolg van de reis? Een bereikt doel het begin van iets nieuws? Waar ik naar toe heb gewerkt is realiteit worden, maar ik sta opnieuw aan een begin.
Mijn collega’s die ik een paar uur later ontmoette hadden taart gehaald, en het antwoord op mijn vraag of er iets viel te vieren, was: Ja, jouw komst. En toen Nederland tweede pinksterdag vierde, begon mijn werk bij Sh.K.B.Sh. (de Albanese afkorting van de stichting Prison Fellowship Albania). Mijn werkdagen vullen zich vooralsnog met veel luisteren, kijken en vragen stellen. Collega’s leren kennen, kennismaken met projecten, begrijpen wat er allemaal omgaat in de organisatie. Maar ook: hoe staat iedereen in haar of zijn werk, wat vinden ze mooi, wat vinden ze moeilijk, en wat hebben ze nodig voor hun programma en hun functie? Ik heb daar plezier in en voel me bevoorrecht dat ik hier onderdeel van uit mag gaan maken.

Deze week woonde ik een bijeenkomst bij van een paar vrouwen, eigenlijk jonge meisjes nog, die slachtoffer waren van mensenhandel en de meest vrouwonterende dingen hebben meegemaakt. Ze vroegen aan mij of ik iets over mezelf wilde vertellen. Dat deed ik (vooral naar mijn leeftijd waren ze nieuwsgierig!) en ik eindigde met: “Ik ben blij hier te zijn”. Eén van de meisjes, 18 jaar jong, keek mij doordringend aan en zei: “Weet je soms niet hoe moeilijk het leven hier kan zijn?” In die ene zin hoorde en zag ik een wereld van ellende en onveiligheid. Ik hoorde het ook in de gevangenis waar ik een dag later was. Na afloop van de bijeenkomst daar kwam er ineens een jonge gevangene naar me toe met een vers geplukte roos. Een vers geplukte roos! Wat een prachtig gebaar, het ontroerde me. Ik stak ‘m in mijn haar.

Ik ben gearriveerd, in levens van mensen en in de drukte van Tirana. Het is geweldig. Maar ook spannend, uitdagend, onzeker. Ik voel me op de plek waar ik zijn moet, en tegelijk onderweg. “Esther hou je hoofd omhoog, raak de moed niet kwijt, de hoop is in de hand die jouw regels schrijft” klonk een lied in de afscheidsmeeting, en ik neem het mee, op reis. Voor mezelf en voor het meisje van 18 en de jongen met de roos.