Jingle Bells in vastentijd


Vastentijd. Afgelopen zondag werd in de dienst gevraagd of je wel eens iets kostbaars had ontvangen, zoals Jezus kostbare nardus over Zijn hoofd kreeg uitgegoten door Maria. Een jongen noemde zijn IPad, een man zijn trouwring. Onmiddellijk kwam er ook iets in mijn gedachten. In een mapje vol met Chinese brieven vond ik het. Een envelop uit 2009 met een wat bobbelige inhoud, mijn adres in een mooi regelmatig handschrift. Op de achterkant de afzender, Viola uit de vrouwengevangenis van ‘Tiranë, Albania’.

Toen ik haar daar ontmoette, vroeg ze of ik met haar wilde corresponderen. We hebben brieven over en weer geschreven, waarbij ze altijd achter de Engelse tekst de Albanese versie voegde. Abracadabra met een hoop trema’s. Deze envelop voelde anders dan de andere, waar doorgaans alleen volgeschreven velletjes ruitjespapier in zaten. Er kwam een kerstkaart uit, die bij het openvouwen op vol volume ‘Jingle Bells’ liet horen. Hoe was ze daaraan gekomen in de gevangenis?! Ik had iets heel moois ontvangen. Kostbaar hoeft niet welluidend te zijn.

Acht jaar later snerpt ‘Jingle Bells’ nog even luid als ik de kaart opendoe. In de kaart heb ik haar andere brieven bewaard, en ze neemt me weer mee haar leven in, haar hoop, haar verdriet, haar geschiedenis en haar wensen voor de toekomst. Ze zat vast. ‘Here is a difficult and the time don’t going’, en ‘I want to share my story with you’. Ze zal ondertussen vrij zijn. Wie weet ontmoet ik haar nog eens. In ieder geval zie ik ernaar uit de Albanese pagina’s van haar brieven te leren ontcijferen. Dat moet toch eens lukken. Niet voor Pasen. Misschien voor kerst. Vast.